Een zet bij het schaken

We leerden reeds dat Wit en Zwart om beurt spelen. Dat ‘spelen’ betekent een zet uitvoeren.
Daartoe heeft elke speler - althans bij aanvang - 8 stukken en 8 pionnen.
Elk van deze - stukken en pionnen - hebben nauwkeurig voorgeschreven regels wat het betekent ’een zet uitvoeren’.
Toch zijn er ook heel wat elementen gemeenschappelijk:
het spelen van een zet begint steeds met het vastnemen en bewegen van een stuk van de eigen kleur
eens een stuk vastgenomen, moet je er ook mee spelen (de ‘pièce touchée’ regel) tenzij je met dat stuk geen regelementaire zet kan doen
het spelen van een zet eindigt met het loslaten van het stuk op een veld. Bij ‘rokade’ (spelen met de koning) en ‘promotie’ (spelen met een pion) gebeurt er nog een naverwerking.
je kan nooit op een veld gaan staan waar reeds een stuk/pion van je eigen kleur staat
je kan een vijandelijk stuk nemen door op diens plaats gaan te gaan staan. De vijand verdwijnt dan van het bord.
je mag nooit een zet uitvoeren waardoor je koning kan worden genomen op de volgende zet
wordt je koning bedreigt (je staat schaak: dit wil zeggen dat hij kan worden genomen indien je tegenstander aan zet is), dan moet je die dreiging opheffen. Lukt dat niet, dan sta je schaakmat en verlies je de partij!
kan je geen reglementaire zet uitvoeren en je koning staat niet schaak, dan is de partij remise (gelijkspel)!