Je neemt de regels het beste in deze volgorde door:
Het doel van een partij schaak (reglement)
Schaakbord (reglement)
Stukken en pionnen (reglement)
FIDE (reglement)
Een zet bij het schaken (reglement)
De koning (reglement)
De koningin (reglement)
De toren (reglement)
De rokade (reglement)
De loper (reglement)
Het paard (reglement)
De pion (reglement)
De promotie (reglement)
En passant slaan (reglement)
Schaakklokken en tijd (reglement)
Hoe win je een schaakpartij ? (reglement)
Pat !? (reglement)
Driemaal dezelfde stelling (reglement)
Vijftigzettenregel (reglement)
Gelijk spel (reglement)
Gelijk spel

Wanneer eindigt een schaakpartij in gelijk spel?
Gelijk spel - of: remise - betekent dat er geen winnaar is.
In schaken zijn er verschillende situaties waarbij de partij remise is:
er is geen mat materiaal meer: het is mathematisch onmogelijk om schaakmat te geven
de spelers komen remise overeen
de scheidsrechter beslist dat de partij remise is
- het is pat: Pat !? (reglement)
- een speler eist remise op, op basis van de 3-zetten regel: Driemaal dezelfde stelling (reglement)
- de 5-zetten regel gaat in werking: Driemaal dezelfde stelling (reglement)
- een speler eist de remise op, op basis van de 50-zetten regel: Vijftigzettenregel (reglement)
Vijftigzettenregel

De vijftigzettenregel is een spelregel in het schaakspel, waardoor een partij in remise kan eindigen. Wanneer er door beide spelers vijftig zetten zijn gespeeld zonder dat een pion is verzet of een stuk is geslagen kan een speler remise opeisen. De speler die dit doet moet de eis onderbouwen met een volledig ingevuld notatieformulier.
Driemaal dezelfde stelling

Driemaal dezelfde stelling met dezelfde speler aan zet is het onderwerp van een spelregel in het schaakspel waardoor de partij in remise kan eindigen.
De spelregel luidt formeel:
De partij is remise, als een aan zet zijnde speler terecht claimt dat dezelfde stelling voor minstens de derde keer (niet noodzakelijkerwijs door opeenvolgende herhaling van zetten):
- tot stand gaat komen, als hij eerst zijn zet, die niet gewijzigd mag worden, op zijn notatieformulier noteert en de arbiter zijn voornemen meedeelt om deze zet spelen,
- of zojuist tot stand is gekomen, en de speler die remise claimt aan zet is.
Wordt er doorgespeeld, dan is de partij sinds een regelwijziging in 2014 automatisch remise als dezelfde stelling zich voor de vijfde maal voordoet.
Pat !?

Een patstelling of kortweg pat is een situatie in het schaakspel, waarin de speler die aan zet is geen reglementaire zet kan doen en niet schaak staat. De partij eindigt bij een patstelling in remise.
Voor de speler die sterk staat, is remise onvoordelig; hij wil daarom pat voorkomen. Als de tegenstander vrijwel geen materiaal meer heeft, maar nog niet opgeeft, moet de potentiële winnaar behoedzaam spelen en opletten dat hij geen pat veroorzaakt. Voor de speler die zwak staat, is remise voordelig.
Schaakklokken en tijd



Er werd heel lang met analoge schaakklokken gespeeld. Deze zijn nu grotendeels vervangen door digitale klokken.
Niet alleen zijn deze nauwkeuriger, beter bestand tegen het geweld van de schakers maar er zijn ook mogelijkheden tot het automatisch bijgeven van extra tijd.
Tijd is heel erg belangrijk in het moderne schaak: de spelers moeten hun zetten doseren zodanig dat deze kunnen worden uitgevoerd binnen de hen toegemeten tijd.
Hoe win je een schaakpartij ?

Een schaakpartij wordt essentieel gewonnen door de vijandelijke koning te veroveren. De koning staat dan schaakmat
Echter …
Het veroveren van de koning betekent het volgende:
de koning staat schaak (hij is aangevallen)
de aanvaller kan zelf niet worden geslagen
er kan geen stuk worden geplaatst tussen de aanvaller en de koning
de koning kan niet meer vluchten.
In de volgende stellingen staat Zwart schaakmat!
En passant slaan

In deze stelling is Wit aan zet en er is nog niets aan de hand.
Wit speelt zijn a-pion 2 zetten vooruit en passeert dus de zwarte pion!
Zwart vindt dit onrechtvaardig en volgende de en passant regel mag hij doen alsof de pion naar a3 (in plaats naar a4) is gegaan. Hij kan dus de pion slaan. Hij moet dit wel ogenblikkelijk doen!
De promotie

Promotie is ongelofelijk! Een pion die er in slaagt op de laatste (eerste) rij te komen, wordt meteen een ander stuk en dit kan een koningin, een toren, een loper of een paard zijn.
Er zijn een aantal aandachtspunten:
- de pion promoveert steeds tot een stuk van dezelfde kleur
- de pion promoveert nooit tot een koning
- na promotie kunnen er gerust meerdere stukken van dezelfde kleur bestaan: zoals meerdere koninginnen, of drie lopers
In de volgende partij zien we niet minder dan 5 koninginnen op het bord: de grote (en latere wereldkampioen) Aljechin aan het werk!
De pion


De pion is zeker het meest merkwaardige stuk op een schaakbord.
Het is het zwakste stuk maar er zijn er wel veel van: bij aanvang heeft elke speler er 8.
In tegenstelling tot de andere stukken kan de pion enkel vooruit gaan (voor wit: als een pion beweegt, komt hij steeds tercht op een hogere rij; voor zwart: pionnen bewegen steeds naar een lagere rij)
Het paard


Het paard beweegt altijd ofwel één veld horizontaal en vervolgens twee velden verticaal, ofwel één veld verticaal en vervolgens twee velden horizontaal. Een andere manier om dit te formuleren is dat het beginveld en het eindveld een L-vorm hebben. Of: een paard mag worden verplaatst naar een van de dichtstbijzijnde velden die niet op dezelfde lijn, rij of diagonaal liggen als waarop het staat. Hierdoor gaat een paard bij iedere zet van een zwart naar een wit veld of omgekeerd.